De crisis in de Europese auto-industrie laat zich ook bij Nederlandse bedrijven voelen. Toeleveranciers als Bosal, Tata Steel en Aalberts zien hun omzet dalen nu autoproducenten als Volkswagen en Stellantis noodgedwongen assemblagelijnen stil zetten. De overgang naar elektrisch rijden blijkt namelijk voor velen een struikelblok.
Elektrische auto’s worden op dit moment nog niet massaal verkocht in Europa. Met name in Zuidelijk Europa laat de consument het afweten. Maar ook in de meeste auto’s die in Nederland worden verkocht, zit nog altijd een verbrandingsmotor. De leasemarkt heft, zeker in Nederland en Noorwegen, de elektrische auto wel omarmd, maar particulieren zijn nog niet enthousiast. Er was gerekend op een snelle transitie, maar dat valt tegen. En niemand weet wanneer de particuliere rijder wel van plan is om over te stappen.
Dat de Europese consument nog steeds weinig elektrische auto’s koopt, merken ook de toeleveranciers van de branche. Bosch heeft eerder 13.000 mensen moeten ontslaan omdat de vraag naar dergelijke personenwagens tegenvalt.
Daarom pleiten zowel de Duitse bondskanselier Merz als de Franse president Macron, leiders van landen met een grote auto-industrie, voor uitstel van het verkoopverbod op auto’s met een verbrandingsmotor. Uitstel zou Nederlandse toeleveranciers kunnen helpen. Uitstel van het verkoopverbod geeft Europa ook meer tijd om een eigen infrastructuur op het gebied van batterijproductie op te bouwen. Momenteel komen die allemaal uit Azië en niet in de laatste plaats uit China. Dat betekent dat Europese fabrikanten volledig afhankelijk zijn van de luimen van Xi Jinping.
De handelsrelatie met China is gespannen sinds er bewijs is dat dit land voor een oneerlijk speelveld zorgt. Dat heeft geleid tot hogere importtarieven voor elektrische auto’s uit China. Autofabrikanten uit dat land proberen nu met plug-in hybride modellen een sterke positie op de Europese automarkt op te bouwen. Daar lijken zij succes mee te hebben. Van hogere importtarieven is bij dit soort autos geen sprake. Bovendien is de Europese consument vlotter in een hybride model te krijgen dan in een volledig elektrische personenwagen.
In Nederland worden Chinese auto’s overigens minder vlot omarmt dan in de rest van Europa. Dat komt doordat wij een nuchter volk zijn en ons niet laten verblinden door een lage aanschafprijs, maar beseffen dat de BYD, Nio of Xpeng ook ooit nog een keer ingeruild moet worden. Daarnaast zijn de verzekeringspremies van Chinese auto’s hoger en doen Nederlanders liever zaken met bekende dealers die voldoende onderdelen op voorraad hebben.
Maar ooit zal de overstap naar elektrisch rijden moeten worden gemaakt door de particuliere rijder. En dan komen ook de Nederlandse toeleveranciers massaal in de problemen. Binnen de branche is het reeds aan het piepen en kraken. Bedrijven als NXP, die chips leveren aan de auto-industrie, zien een groot deel van hun omzet daar vandaan komen, en zijn dus bang voor een inzakkende vraag. Maar de kop in het zand steken is geen optie. Als Bosal te lang vasthoudt aan haar uitlaten, wordt zij de Nokia of het Kodiak van het volgende decennium. Het is dus tijd voor iets nieuws.
