Als de zaken goed gaan en er desondanks een wisseling van de wacht aan de top van het bedrijf plaats vindt, dan wordt het bestaande beleid in grote lijnen voortgezet. BMW, waar eerder deze week een nieuwe CEO het stuur over nam, is daar een voorbeeld van. Die gaat niet breken met het beleid van zijn voorganger maar wordt primair verantwoordelijk voor de marktintroductie van de zogeheten Neue Klasse waarvan die voorganger de ontwikkeling heeft opgestart.
Maar bij Stellantis liggen de kaarten anders. Met name de Noord-Amerikaanse divisie werd door de vorige CEO van het bedrijf, Carlos Tavares, verwaarloosd. Met als gevolg dat de verkopen in de Verenigde Staten in 2024 met 15 procent gedaald zijn, terwijl de markt als geheel groeide. Indien Stellantis het tij wilde keren, dan zou het roer om moeten. En daar zorgde Antonio Filosa, sinds mei de nieuwe CEO, dan ook voor. Met name door het marketing budget (lees: het geld dat gebruikt kan worden voor het strooien met kortingen) flink te verhogen. Het resultaat was zoals beoogd: eindelijk weer groei. In het derde kwartaal van dit jaar noteerde Stellantis voor het eerst in 2 jaar weer hogere (+6 procent) verkopen.

Maar dit betekent niet dat Filosa nu achterover kan gaan leunen, integendeel. Analisten blijven namelijk sceptisch over de mogelijkheden voor Stellantis om op de Noord-Amerikaanse markt haar verkoop en omzet te verhogen. De herintroductie van de Jeep Cherokee en modellen met de wereldberoemde Hemi-V8 motor zijn goede stappen om marktaandeel terug te veroveren op de concurrentie, maar analisten zijn sceptisch over het verkooppotentieel van de nieuwe Jeep Wagoneer S en Recon. Die zijn beide voorzien van een volledig elektrische aandrijflijn waar Amerikanen, zeker nu er niet langer sprake is van een belastingvoordeel als een auto met dergelijke techniek is aangeschaft.
Gelukkig zijn de eigen dealers wel tevreden over de nieuwe koers van Filosa. Hij vindt partijverkoop aan onder andere autoverhuur bedrijven een goede manier om het marktaandeel te vergroten en de zichtbaarheid van nieuwe modellen te vergroten. Dealers signaleren dat Stellantis “weer luistert” en inzet op betere kwaliteit.
Maar waar Stellantis in Noord-Amerika de opgaande lijn weer hervonden heeft, is dat in Europa nog steeds niet het geval. Aanvankelijk wist Peugeot als belangrijkste merk voor onze regio goede verkoopresultaten te behalen, maar in oktober moest er terrein worden prijsgegeven. In die maand wisten Citroën, Fiat en Opel wel te plussen, maar die merken staan op jaarbasis nog steeds op verlies. DS moet moeite doen om zichtbaar te blijven op de verkoopradar en vooralsnog wijst alles er op dat de comeback van Lancia uitdraait op een fiasco. Alfa Romeo draait momenteel beter, maar dat is aan slechts één model te danken: de Junior. Zal deze B-segment net zo kort pieken als de Volvo EX30? Aan het marktaandeel van Jeep is in ieder geval goed zichtbaar dat de autoconsument de Avenger niet meer als kraakvers beschouwd. Per saldo staat de Europese divisie van Stellantis er niet goed voor; iets wat vorige maand pijnlijk duidelijk werd toen het bedrijf besloot om de productie in Frankrijk en Italië 3 weken stil te leggen.
Filosa sluit het schrappen of samenvoegen van merken daarom niet uit. Met die ingreep kan er flink op de kosten worden bespaard en dat is belangrijk voor Stellantis omdat winst maken momenteel een uitdaging is voor het bedrijf. Filosa mikt op een operationele marge van 6 à 8 procent op middellange termijn, maar analisten denken dat de CEO in zijn handjes mag knijpen als hij 5 procent winst weet te realiseren. Dat is fors onder de 13 procent uit 2022–2023.
Stellantis heeft dus nog een lange weg te gaan. Niet uit te sluiten valt dat halverwege die ‘reis’ geconcludeerd wordt dat het autoconcern beter opgesplitst kan worden. De autogroep bestaat momenteel vooral uit Franse, Italiaanse en Amerikaanse activiteiten, met in de marge nog een verwaarloosde Duitse dochter. Dat zijn al met al misschien wat veel ballen om in de lucht te houden. Daardoor kan opsplitsing van het bedrijf een punt voor op de agenda worden. Daar is wel wat voor te zeggen want synergie tussen de Noord-Amerikaanse en de Europese divisie is er nauwelijks. Alleen Jeep is eigenlijk een wereldmerk. En dan nog verkoopt die Stellantis dochter in Noord-Amerika in meerderheid modellen die in Europa vanwege onvoldoende afzetpotentieel niet verkrijgbaar zijn (en andersom).
Ondertussen roert de familie Peugeot zich. Sinds het ontslag van topman Carlos Tavares is de ‘Peugeot SA tak’ ondervertegenwoordigd in de Raad van Bestuur want sindsdien zijn door John Elkann, voorzitter van de Raad van Commissarissen, vooral managers uit ‘zijn’ Fiat Chrysler Automobiles op sleutelposities geparachuteerd. Je zou haast kunnen spreken van een coup. Mocht het de familie Peugeot lukken om bij Stellantis (weer) de meeste touwtjes in handen te krijgen, dan vergroot dat de kansen op opsplitsing van het bedrijf. Want de ambitie om zowel in Europa als in Noord Amerika actief te zijn, komt vooral uit de koker van de Italianen.
