Europese fabrikanten die achter lopen bij het voldoen aan de Europese CO2-emissiedoelstellingen verhogen de prijzen van hun benzine- en dieselmodellen. Ook komen zij met kortingen op hun elektrische personenwagens. Met deze prijsstrategie willen zij miljardenboetes in 2025 ontwijken, maar het tast wel hun winstmarges aan. Daardoor is er steeds meer kritiek op de CO2-doelstellingen van de Europese Unie. Die zouden de Chinese autofabrikanten in de kaart spelen.
De Europese emissiedoelstellingen schrijven voor dat een autofabrikant in 2025 per verkochte auto gemiddeld 93,6 gram CO2 per km mag uitstoten. Dit jaar ligt de limiet bij 95 gram. Uit analyse van Rho Motion blijkt dat alleen SAIC (met het merk MG; kleinere Chinese spelers zijn niet onderzocht), Volvo en Tesla op koers liggen om de doelstellingen voor 2025 te behalen.

In 2024 was het marktaandeel van elektrische auto’s in Europa ongeveer 13 procent, terwijl dat in 2025 circa 22 procent moet zijn om de doelstelling te halen. Dat percentage verschilt overigens wel per fabrikant, omdat iedere fabrikant een eigen product mix heeft: hoe groter, dorstiger en vuiler de modellen met een verbrandingsmotor, des te hoger het verkoopaandeel van elektrische auto’s dient te zijn. Als een autofabrikant de doelstelling niet haalt, dan dient er een boete van 95 euro per gram CO2 boven het limiet, vermenigvuldigd met het aantal verkochte personenwagens, te worden betaald.
“De kloof is echt groot”, zegt Marc Mortureux, directeur van de Franse autolobby PFA. “Nu zullen fabrikanten gedwongen worden om meer elektrische auto’s te verkopen, die duurder zijn om te produceren dan modellen met een verbrandingsmotor. Tegelijkertijd wordt de vraag naar elektrische auto’s afgeremd door enerzijds politieke en economische onzekerheden, en anderzijds door het verlagen c.q. verdwijnen van subsidies.
Om boetes te vermijden, verlagen de Europese autofabrikanten de prijzen van de elektrische auto’s. Tegelijkertijd verhogen zij de prijs van modellen met een benzine- of dieselmotor. Op deze manier proberen zij de vraag bij te sturen. Maar deze prijsstrategie verslechterd wel de winstmarge. Onder meer Peugeot, Renault en Volkswagen hebben de prijzen van benzinemodellen verhoogd. De laatste partij, die naar verwachting het zwaarst getroffen zal worden door de nieuwe CO2-doelstelling, heeft de prijs van haar elektrische ID.3 in meerdere landen echter verlaagd. In Duitsland kost deze Volkswagen inmiddels minder dan 30.000 euro. Analisten verwachten in 2025 meer van dergelijke prijsverlagingen.
In Nederland hebben meerdere importeurs al laten weten de BPM verhoging (de vaste voet van 667 euro) op (deels) elektrische auto’s niet door te berekenen. Voorbeelden zijn Fiat, Jeep en Toyota. Maar kopers van een benzine- of dieselmodel worden niet gespaard. In Duitsland zijn de prijzen van dergelijke auto’s ten opzichte van 2019 met 26,1 procent toegenomen. Die stijging kunnen veel consumenten via salarisverhogingen niet bijbenen, wat leidt tot een daling van de verkopen van nieuwe auto’s. De occasionmarkt profiteert daar juist van.
Omdat het gegoochel de winstmarge van autofabrikanten aan die niet op koers liggen om de doelstellingen te halen, aantasten, wordt nu gepleit voor een versoepeling van de uitstootnorm. “Het is niet logisch dat de auto-industrie boetes moet betalen als de randvoorwaarden voor een stijging van de vraag naar elektrische auto’s niet aanwezig zijn”, zei Oliver Blume, de CEO van Volkswagen, onlangs. Luca de Meo, naast topman van Renault tot 1 januari ook nog voorzitter van ACEA (de lobbyclub van autofabrikanten die in Europa actief zijn), deed een dergelijke oproep in een open brief aan de wetgevers van de Europese Unie. “Op een gegeven moment is het genoeg geweest”, zegt PFA-president Luc Chatel. “Ik kan niet genoeg elektrische voertuigen verkopen en word gestraft vanwege modellen met een verbrandingsmotor. Wat willen ze dat ik maak, paard-en-wagens?”
